Jaren heb ik huilend achter de rekken gestaan omdat er wéér een klant vroeg om een parker (dat is een pennenmerk mensen) of omdat iemand vroeg om een houdrai bout. Dus once and for all: de juiste schroef op de juiste plaats. Welke schroef gebruik je waar, wanneer en welke gereedschap heb je er voor nodig.

De basis

Om te beginnen gaan we eens kijken naar de juiste benamingen. Zo hebben we spaanplaatschroeven, plaatschroeven, metaalschroeven, gipsplaatschroeven, houtdraadbouten en stokeinden. De meeste schroeven zijn verkrijgbaar in verschillende uitvoeringen. Denk hierbij aan een platte kop, een bolle kop, een lenskop (combi van plat en bol) of een zeskant. Dan zijn er nog de verschillende materialen. Denk aan RVS, Messing, Koper, gegalvaniseerd ijzer, geel gepassiveerd of gefosfateerd. En dan is er ook nog de “aansluiting”. Zo heb je natuurlijk de gleufkop, Philips, Pozidrive, Zeskant, inbus en torx. De maten van schroeven worden vaak in 2 getallen uitgedrukt. Zo is een veel voorkomende maar spaanplaatschroef 4.0×40. Dat wil zeggen dat de dikte 4 mm is en de lengte 40. Dit zijn de metrische maten. Bij engelse of amerikaanse maten gaat het vaak in delen van inches. Dan zie je bijvoorbeeld 1/16″x2″ staan. Dan is de dikte 1/16 van een inch en de lengte 2 inch. De vraag is of je dat moet willen.

Nu we de basis kennis hebben bijgeschaafd gaan we kijken naar welke schroef de juiste is op welke plaats.

Juiste schroef

Spaanplaatschroeven

In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden zijn dit waarschijnlijk de meest voorkomende schroeven en zijn ze niet alleen geschikt voor spaanplaat. In tegenstelling tot een ouderwetse houtschroef is de spaanplaat schroef overal even dik onder de kop. Alleen het puntje is uiteraard smaller. Het voordeel van de spaanplaatschroef en zijn vorm is dat hij het hout niet uit elkaar drukt als je hem dieper draait. En als je goed voorboort zal deze schroef altijd goed zitten. In de kop van de spaanplaatschroef zie je meestal een POZIDrive “aansluiting” maar ook steeds vaker TORX of Inbus. Meer oppervlak in de aansluiting betekent meer grip.

Bij lange dunne schroeven die in hard hout draait kan het soms helpen om even wat WD-40 over de schroeven te spuiten. Dan draai je ze gemakkelijker in en voorkom je afbreken door de weerstand. Zorg dat je altijd een goed bitje gebruikt. Slipt het bitje toch, gebruik dan een anti-slip middel van Locktite bijvoorbeeld.

Juiste schroef

Plaatschroeven

Plaatschroeven zijn bedoeld om metalen delen aan elkaar te schroeven. De maatvoering wijkt iets af van die van spaanplaatschroeven. Zo heb je bijvoorbeeld 4.2 als dikte in plaats van 4.0. Deze schroeven zijn ook verkrijgbaar met een boorpuntje aan de voorkant. Dit noemen ze ook wel zelftappers. Niet helemaal de juiste naam want a)hij tapt geen draad maar boort en b)ook een spaanplaat schroef is zelf borend. Ook deze schroeven komen in een veelheld van materiaal, koppen en aansluitingen. Voorboren is bij de meeste schroeven zonder boorpunt echt nodig. Een veel gebruikte regel is dat de dikte van de boor x 0.6-0.8 is. Dus voor een plaarschroef van 4.2mm boor je ergens tussen de 2.5 en 3.3 mm voor. Maar een en ander is afhankelijk van de dikte en hardheid van het materiaal. In Aluminium snijdt een schroef gemakkelijker dan in RVS om maar eens wat te noemen.

Gipsplaatschroeven

Gips is van zichzelf geen metaalvriendelijk materiaal. Het laat ijzer snel oxideren (roesten). Het risico dat je loop met ijzeren schroeven is dat je na het dichtsmeren van de gaten roestplekjes in je gipsplaat krijgt. Omdat te voorkomen zijn er gefosfateerde schroeven ook wel gipsplaatschroeven genoemd. Deze zijn zwart met een scherpe punt. Let bij deze schroeven goed op je vingers. Voor je het weet zit het puntje vast in je vel en dat kan nare ontstekingen geven. Voor het vastschroeven van schroeven zijn er speciale hulpstukken beschikbaar om te voorkomen dat je ze te ver in of door de gipsplaat draait.

Houtdraadbout

Soms moet je zaken net even wat steviger monteren dan dat je met een schroef kan. Dan kun je je toevlucht zoeken in houtdraadbouten. Deze zijn vaak dikker dan spaanplaatschroeven en hebben een zeskant als kop. Daarmee kun je een doppenset, steek/ringsleutel gebruiken om ze aan te draaien. Houtdraadbouten worden vaak geleverd in RVS of verzinkt ijzer. Let bij de aanschaf ook goed op of de draad helemaal tot aan de kop doorloopt of maar gedeeltelijk. Dat kan het verschil maken tussen iets wat wel en niet blijft hangen.

Stokeind

Stokeinden

Soms is er de noodzaak om een gedeelte in hout te draaien (of in een plug) om daar vervolgens een moertje op te kunnen draaien. Voor die toepassing hebben we stokeindjes. Een stokeind is voor de ene helft voorzien van draad zoals je die op een houtdraadbout aan treft en de andere helft is voorzien van een metrische draad zodat je er een moertje op kunt draaien. Vaak (maar niet altijd) is het midden voorzien van een zeskant wat het aandraaien vergemakkelijkt en het metrische uiteinde van een inwendige zeskant. Dan kan je met een inbus het stokeindje nog wat verder aandraaien.

Geef een antwoord

%d bloggers liken dit: